Algemeen zicht op de hoek Hoogstraat en Sint Jacobsstraat in juni 1971. Onder het reclamebord is nog de zandstenen plint te zien van de voormalige kapel


Tekening van de Sint-Jacobskapel omstreeks 1750. Het koor is reeds verdwenen (J.B. De Noter 1786 - 1855)


De Sint-Jacobskapel tijdens de opgravingen, met de funderingen van de buitenmuur en een deel van het koor

 

Sint Jacobscapel (1992)

Dit onderzoek was voornamelijk bodemkundig, waarbij de funderingen van de voormalige Sint-Jacobskapel werden teruggevonden. Deze kapel is te dateren rond de 15de eeuw.

Een onderzoek in twee fazen

Een eerste maal kon worden gespeurd in het voorjaar van 1992 toen een huis, gelegen op de hoek van de Hoogstraat en de Sint- Jacobsstraat, werd afgebroken.
Een tweede onderzoek kon worden verricht in augustus 1993 toen een terrein aan de Sint-Jacobsstraat werd uitgegraven om er een appartementsgebouw op te trekken. Dit perceel lag naast datgene dat door de vereniging werd onderzocht in 1992.
Door beide werken kwam ongeveer drievierde vrij van de plaats waarop voorheen de mooie Sint- Jacobskapel stond.

Geschiedenis en uitzicht van de kapel.

De kapel (opgetrokken in gotische stijl) zou dateren van het begin van de 14de eeuw en was een onderdeel van het Sint-Jacobsgasthuis. Dit gasthuis werd opgericht om onderdak te verlenen aan de bedevaarders naar Sint-Jacob van Compostella.
De voorgevel bevond zich in de Hoogstraat. Boven de ingang was een hoog spitsboogvormig venster. Daarboven was nog een nis met een Onze-Lieve-Vrouwebeeld. Tijdens de 18de eeuw begon het verval. In 1798 werd het gebouw verkocht en deed het dienst als hooimagazijn. Vanaf 1848 werd de kapel gesloopt.
Als voornaamste iconografische bronnen gelden de aquarellen J.B. De Noter (1786 - 1855).

Resten van de buitenmuur

Tijdens de eerste opgravingscampagne ging de aandacht vooral naar de resten van de buitenmuur van de kapel langsheen de Sint-Jacobsstraat. Tot een kleine hoogte was hij nog zichtbaar boven het straatniveau. Deze muur was bewaard gebleven omdat hij in de 19de eeuw werd aangewend als keldermuur van het huis dat toen werd gebouwd. De muur kon over een lengte van 11,50 m worden opgemeten. Hij had een dikte van 55 cm en was gemetst met bakstenen van 210 x 100 x 50 mm.
Aan de straatzijde was er een parament van zandsteenblokken.
Een kleine sleuf kon worden gegraven aan de binnenzijde van de kapel.
Op een diepte van 165 cm onder het vloerniveau ging de bakstenen fundering over naar zandstenen fundering. Op deze hoogte werd een gaaf klein potje in grijs aardewerk aangetroffen. Het dateert uit de 14de of 15de eeuw.

Het volledig grondplan openbaart zich.

Tijdens de tweede opgravingscampagne konden de resten van het koorgedeelte van de kapel worden opgetekend. De funderingen van de buitenmuren konden nu worden waargenomen over een lengte van 12,25 m. Aan de zijmuren bleken geen steunberen te hebben gestaan. In de achtermuur was wel een uitsprong van een steunbeer zichtbaar. Hij lag dicht bij de Sint-Jacobsstraat. Aan de tegenoverliggende zijde, waar logischerwijze een tweede steunbeer konden verwacht worden, werden alleen de resten van een later gebouwd keldergewelf waargenomen. De kapel had een breedte van 11,50 m. In het koor werd aan één zijde, over een lengte van zeven meter, een smal zandstenen muurtje aangetroffen. Uit de uitgegraven aarde kwamen drie geprofileerde zandstenen te voorschijn, afkomstig van gotische raamconstructies.

Besluit

Omdat op de terreinen, waarop eertijds de Sint-Jacobskapel stond, werken werden uitgevoerd, was er een unieke gelegenheid om archeologische waarnemingen te verrichten. Dank zij die actie kon de preciese afmetingen van de kapel worden opgetekend. Zij was 23,75 meter lang en 11,50 meter breed. Andere gegevens over de constructie van het gebouw kwamen eveneens aan het licht, ondermeer over de fundering, de muren, de steunberen en de gotische ramen. Een aantal vragen blijven onopgelost. Het volledig dossier met alle tekeningen en nota's kan door belangstellenden in het lokaal worden geraadpleegd. Tekening van de Sint-Jacobskapel omstreeks 1750. Het koor is reeds verdwenen (J.B. De Noter 1786 - 1855)
De Sint-Jacobskapel tijdens de opgravingen, met de funderingen van de buitenmuur en een deel van het koor.

Vier geldstukjes in een afvoergootje

Tijdens de eerste campagne van het archeologisch onderzoek naar de Sint-Jacobskapel in de Hoogstraat werden ook aantekeningen gemaakt die betrekking hadden op het huis dat na 1848 werd gebouwd bovenop de resten van de gesloopte kapel. Achteraan werd een gemetst afvoergootje gevonden. Het gootje was geheel dichtgeslibt. Bij nader onderzoek werden in dit slib niet minder dan vier muntstukjes gevonden. Munten vinden is voor de archeoloog steeds een bijzondere gebeurtenis. Wanneer een munt voldoende goed bewaard is gebleven, kan ze worden gedetermineerd en kan ze rijke informatie aanbieden. Zo kan de ouderdom achterhaald worden, de waarde en de afkomst. Na elke muntvondst wordt met spanning uitgekeken naar het ogenblik dat ze, na deskundige behandeling, proper genoeg is om te kunnen worden gelezen. Dergelijke muntvondsten hoeven niet spectaculair en evenmin eeuwenoud materiaal op te leveren om archeologisch interessant te zijn. De vier muntstukjes uit het gootje bleken van een merkwaardig gevarieerde afkomst te zijn. Zij zijn afkomstig uit drie verschillende landen en dekken een periode van bijna 90 jaar. Archeologisch geven zij een aanwijzing van de ouderdom van het gootje en de duur van het gebruik ervan.

Meen Info

Bekijk de Pdf